De stap die een Betuwse fruittelers zet in een fruitwinkel en horeca raakt de huisverkoop van nabijgelegen fruittelers. Het is grond voor een rechtszaak.
Oneerlijke concurrentie, zo stelt de indiener van het beroep tegen het plan voor de fruitwinkel en horeca. Het fruitstalletjesbeleid van de gemeente West-Betuwe leidt ertoe dat bestaande fruitstallen langs de weg alleen eigen product of streekproducten mogen verkopen. De fruitteler met plannen voor een winkel en horeca mag meer verkopen. Daarmee verdringt hij de bestaande fruitstallen, is de overtuiging van de eiser. Hij denkt namelijk dat de fruitwinkel ook buitenlands fruit mag verkopen.
Bovendien wordt de provinciale weg gevaarlijker als meer klanten deze weg op of af moeten voor inkoop bij deze zaak. Dat gaat tot beperkende maatregelen leiden voor de parkeervakken van de bestaande fruitstallen. Verder wijst hij op de spuitzone en de afstand van het terras tot het belendende perceel. Bezoekers worden blootgesteld aan middelen, vreest hij.
Raad van State behandelt zaak niet inhoudelijk
Bij de Raad van State heeft dit beroep geen kracht, omdat de indiener zelf geen belanghebbende is. Hij is zoon van een fruitteler met fruitstal en heeft het beroep niet namens zijn vader ingediend. Daarom hoeft de Raad van State het beroep niet inhoudelijk te behandelen.